Een berichtje van Babs Taal (16-10-2007)

Het nieuwe lopen.


Vandaag is een heel bijzondere dag. Ik voel me blij en licht van binnen, ondanks de regen buiten, want gister mocht ik weer lopen. Twee maanden geleden bij de bostraining ging ik door mijn knie. Ik weet het moment nog precies. Bij een kinderlijk eenvoudige training van de bovenbenen ging het mis: op één been staan en langzaam buigen en strekken. Knak, hoorde ik. Een scherpe pijn schoot door mijn rechter been en ik kon er niet meer op staan. Als een lam vlerkje gooide ik daarna het rechter been om en om naar buiten. Erg hard ging het daarna niet meer in het Amsterdamse Bos en het was geen gezicht natuurlijk.
De volgende training sloeg ik over, want met rust zou het wel weer goed komen. Een week ging voorbij, tien dagen, maar wat was thuis blijven moeilijk. Ik miste de gezelligheid van de Kombijers en het lopen buiten in de frisse natuur, waarbij alleen afstanden en rondetijden van belang waren zonder zorgen om drukke werkzaamheden en huiselijke beslommeringen. Een week later op 22 augustus meldde ik me toch voor de baanloop van 5 km, zoals ik me al lange tijd had voorgenomen en waar ik echt zin in had. Bij de warming-up, voelde ik opnieuw een knak in mijn rechter knie bij het stretchen, maar nu had het een goede werking, alsof er iets los was geschoten. Opgewekt begon ik de wedstrijd om als laatste te eindigen. Eigenlijk was ik ook de eerste in mijn categorie, want ik was de enige vrouw die meeliep.
Daarna is het niet meer goed gekomen, steeds liep ik met pijn en durfde ik verschillende oefeningen niet meer mee te doen. Het viel me nu pas op, dat ik zo vaak de trap op en af moest. De wenteltrap op mijn werk nam ik steunend en hangend op mijn armen, die wel wat extra spieroefeningen konden gebruiken. Gelukkig was het trappenhuis afgeschermd met ondoorzichtig glas en was er te weinig ruimte om te vallen..
Twee weken later werd ik door Monica van de baan gestuurd. Zo ging het niet langer. Ik trok te veel met het been en de knie bleek warm en dik te zijn geworden. Niet aanstellen, dacht ik. Zolang het geen kanker is, is het niet erg en dan moet je gewoon doorzetten. Een bekend zinnetje, dat eigenlijk altijd helpt, zeker tegen het zelf medelijden, dat nu z’n kop dreigde op te steken. Dit keer was het echter anders, Monica had beslist. Het was nu officieel een blessure en daar wilde ik zo snel mogelijk van af. De volgende dag had ik een afspraak bij Simone, fysiotherapeute op de sportschool. Dezelfde sportschool, waar ik tot een half jaar geleden nog wezenloos op de lopende band had gestaan en veel calorieën verbrandde op de steps en de ovale fiets machine.
Er was een functie beperking van de knie door overbelasting van het kapsel, maar daar was wel wat aan te doen. Zo gingen 4 weken voorbij van oefenen en ploeteren in de kamer, op de bank, in bed en bij het wachten op de lift. Het werd de tijd van het nieuwe lopen. Na al die jaren kwam ik er nu als vijfenvijftig plusser achter, dat ik altijd verkeerd gelopen heb. Te laag bij de grond werd het op de training genoemd. Jij loopt niet, jij schuift, zei een vriendin die een joggersgroepje leidt en het dus kan weten. Te kleine passen en te veel op de tenen volgens de fysiotherapeute, en die heeft er tenslotte voor doorgeleerd. Probeer dat maar eens te veranderen. Het tijdperk van het nieuwe lopen was aangebroken. Op het werk liep ik verend met grote passen door de gangen, terwijl ik zachtjes voor me uit mompelde: hakken-tenen-hakken-tenen. Met dat ritme ontwikkelde ik een enorme snelheid, zodat ik moest oppassen om niet tegen de automatisch openende deuren op te knallen die niet berekend waren op mijn enthousiasme. Overal kon ik mijn oefeningen doen, had Simone me verteld en zo was het ook, alleen miste ik de buitenlucht. De zomer ging over in de herfst met steeds kortere avonden en vervelende regenbuien, die nu zelfs heerlijk verfrissend leken om eens extra hard te lopen en door de plassen te stampen. Van achter de ruiten kleumde ik ’s avonds thuis op de bank en draaide mijn achtjes met het zere been gestrekt omhoog geheven om de quadriceps te verstevigen, gevolgd door de squads en de klok met passen naar voren, naar opzij en schuinoversteken. Zo zag ik heel wat onbeduidende tv programma’s, vooral op praat programma’s was het heerlijk oefenen en daarmee was mijn kennis van politiek weer helemaal bijgespijkerd.
Vandaag is echter een heel bijzondere dag, ik kan het wel honderd keer zeggen en graag zou ik een sprongetje in de lucht maken, maar dat staat het trainingsprogramma nog niet toe. Zou ik dan toch nog op tijd klaar zijn voor de 10 km Adventure loop op Ameland in december? In een overmoedige bui deze zomer, leek me dat een fantastisch vooruitzicht en zeker haalbaar.
In elk geval doe ik mee met de marathon van Amsterdam. De ongelovige en bewonderende blikken van mijn collega’s op het werk doen heerlijke rillingen over mijn rug lopen. Dat ik daar al zo snel aan toe ben, kunnen ze haast niet geloven. Achteloos toon ik ook het t-shirt van de Marathon van de Haarlemmermeer met de opvallende Calatrava bruggen. Dat ik met sponsen heb gestaan als vrijwilliger en binnenkort verkeersregelaar ben, hoeven ze voorlopig niet te weten.

Schrijf mee!